Veelgestelde vragen

Dagelijks komen er vragen binnen bij Bureau Horeca Bijzondere Wetten over de Drank- en Horecawet en andere Bijzondere Wetten. BHBW beantwoordt uw vragen graag. Hieronder vindt u een aantal voorbeelden van veelgestelde vragen.

1. De rechtsvorm van een horeca-inrichting verandert (bijvoorbeeld van vennootschap onder firma (vof) naar eenmanszaak). Moet de vergunning van de inrichting worden gewijzigd of moet er een nieuwe Drank- en Horecavergunning worden aangevraagd? 

 

Wanneer een horeca-inrichting van rechtsvorm verandert moet een nieuwe vergunning worden aangevraagd. Dit vloeit voort uit de artikelen 3 en 29 lid 1 onder a Drank- en Horecawet. Hierin staat dat het verboden is zonder daartoe strekkende vergunning het horecabedrijf uit te oefenen en dat op de vergunning de natuurlijke of rechtspersoon aan wie de vergunning is verleend moet worden vermeld. Die twee artikelen samen zorgen ervoor dat bij een wijziging van de rechtsvorm van een horecabedrijf de vergunning vervangen moet worden.

 

2. Moet in een horeca- of slijtersbedrijf altijd een leidinggevende aanwezig zijn?

 

In een voor publiek geopend horeca- of slijtersbedrijf dient er een leidinggevende aanwezig te zijn. Deze eis is terug te vinden in artikel 24 lid 1 Drank- en Horecawet. Vaak is deze eis ook opgenomen in de gemeentelijke Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Voor paracommercie gelden andere regels: daar dient een leidinggevende of een gekwalificeerde barvrijwilliger aanwezig te zijn op het moment dat alcoholhoudende drank geschonken wordt.

 

 

3. Toezicht en handhaving van de gewijzigde Drank- en Horecawet komt voor rekening van de gemeente. Valt het toezicht en de handhaving van het rookverbod straks ook onder de taken van de gemeente?

 

Het rookverbod is geregeld in de tabakswet. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit houdt toezicht op de naleving van de Tabakswet. Deze taak komt vooralsnog niet naar de gemeente.

 

 

4. Wanneer mag de gemeente de Wet Bibob toepassen?

 

De Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) heeft betrekking op een aantal sectoren waarbij de kans aanwezig is dat criminele organisaties een beroep doen op voorzieningen (vergunningen, subsidies en aanbestedingen) van de overheid. De gemeente mag de Wet Bibob alleen toepassen als een specifieke wet daarvoor een bepaling biedt. De wet biedt geldt op dit moment voor de volgende sectoren:

 

  • horeca-inrichtingen via de Drank- en Horecawet en de APV
  • subsidie-aanvragen
  • bouwvergunningen
  • aanbestedingen
  • vastgoed- en grondtransacties waarbij de overheid betrokken is als civiele partij
  • exploitatie van speelautomaten
  • importeren van vuurwerk.

 

5. Mag er sterke drank geschonken worden op een festival?

 

Voor het schenken van alcoholhoudende dranken op een festival (op een andere plaats dan in een regulier horecabedrijf) is een ontheffing conform artikel 35 van de Drank- en Horecawet nodig. Indien men in het bezit is van een dergelijke ontheffing is het alleen toegestaan zwak-alcoholhoudende dranken voor gebruik ter plaatse te verstrekken (dus niet om mee te nemen). Deze dient te worden afgegeven aan de persoon voor wiens rekening en risico het horecabedrijf (dus de verstrekking van alcoholhoudende dranken) wordt uitgeoefend. 

 

 

6. Heeft u een vergunning nodig om ballonnen op te laten tijdens een evenement?

 

In de meeste gevallen is geen vergunning nodig voor het oplaten van ballonnen tijdens een evenement zoals bijvoorbeeld Koninginnedag. De ballonnen moeten dan aan de volgende voorwaarden voldoen:

- de doorsnede van de ballonnen moet minder zijn dan 75 cm;
- de ballonnen mogen geen metalen delen bevatten;
- het aantal ballonnen mag niet meer zijn dan 1000 stuks.

Voldoen de ballonnen niet aan de voorwaarden dan moet een vergunning worden aangevraagd bij Luchtverkeersleiding Nederland. Wilt u ballonnen oplaten in de buurt van een vliegveld (binnen een afstand van 8 km), dan moet u dit melden bij de Luchtverkeersleiding. 

 

7. Kan de gemeente gebruik maken van de bestuurlijke strafbeschikking bij overtredingen van de nieuwe Drank- en Horecawet?

 

Vanaf 2005 kent de Drank- en Horecawet het sanctie-instrument bestuurlijke boete. Dit instrument wordt gebruikt voor de afhandeling van complexe overtredingen. Een boeterapport moet voldoen aan diverse vereisten wil het juridisch stand houden. De bestuurlijke strafbeschikking is mede daarom niet het juiste instrument voor Drank- en Horecawet. Daarnaast is de bestuurlijke strafbeschikking een strafrechtelijk sanctie voor 'kleine' vergrijpen zoals wildplassen en fout parkeren die door het openbaar ministerie worden afgehandeld.

 

8. Wie is strafbaar als er alcohol wordt verkocht aan jongeren onder 16 jaar?

 

Sinds 1 januari 2013 zijn naast de verstrekkers van alcoholhoudende dranken ook de jongeren onder de 16 jaar strafbaar die in het bezit zijn van alcohol. In artikel 45 van de Drank- en Horecawet is bepaald dat jongeren onder de 16 jaar strafbaar zijn als ze alcoholhoudende drank aanwezig hebben of voor consumptie gereed hebben op voor het publiek toegankelijke plaatsen. Publiek toegankelijk plaatsen zijn onder andere de openbare weg, maar ook horecabedrijven.

 

Staat uw vraag niet bij de voorbeelden genoemd? Meld u zich dan aan voor de nieuwsbrief van BHBW. Maandelijks wordt een vraag uit het vakgebied besproken. Ook kunt u uw prangende vragen aan ons stellen. De adviseurs van BHBW geven u graag antwoord.

 
Ik wil meer weten »
 

Contact

Bureau Horeca Bijzondere Wetten
Postbus 85203
3508 AE Utrecht
030 - 23 02 312