Een aanvraag tot het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 3 Drank- en Horecawet (hierna: DHW) of een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de DHW, geschiedt door het indienen van een volledig ingevuld aanvraagformulier of elektronische informatiedrager. Dit staat opgenomen in artikel 2 Regeling aanvraaggegevens en formulieren Drank- en Horecawet 2013. In deze regeling staat ook opgenomen dat een dergelijk aanvraagformulier een aantal bij de wet gestelde elementen dient te bevatten. Een element dat niet bij de wet verplicht is gesteld, maar toch op verscheidene aanvraagformulieren voorkomt is het Burgerservicenummer (hierna: BSN) van de aanvrager(s). Is dit wel toegestaan in het licht van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (hierna: AVG)?
Verwerking van persoonsgegevens
Onder de AVG heb je een wettelijke grondslag nodig om persoonsgegevens te verwerken. Persoonsgegevens wil zeggen alle informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon. Denk aan iemands naam, adres, woonplaats, telefoonnummer of BSN. Welke AVG-regels van toepassing zijn hangt af van welke van de drie typen persoonsgegevens men wilt verwerken: gewone persoonsgegevens, bijzondere persoonsgegevens of strafrechtelijke persoonsgegevens. Gewone persoonsgegevens mogen worden verwerkt wanneer de gegevensverwerking kan worden gebaseerd op minimaal één van de zes AVG-grondslagen. De grondslagen zijn: algemeen belang of openbaar gezag, gerechtvaardigd belang, toestemming, uitvoering overeenkomst, vitale belangen en wettelijke verplichting. Bijzondere en strafrechtelijke persoonsgegevens mogen niet verwerkt worden, tenzij er een beroep kan worden gedaan op een specifieke wettelijke uitzondering en dit gebaseerd is op minimaal één van de zes AVG-grondslagen.
Grondslagen AVG
Een BSN is een gewoon persoonsgegeven. Van de zes AVG-grondslagen zijn er twee grondslagen waarop het gebruik van de BSN op een aanvraagformulier DHW zou kunnen berusten. Deze zijn ‘toestemming’ en ‘wettelijke verplichting’. Wil er sprake zijn van rechtsgeldige toestemming moet voldaan zijn aan de volgende eisen.
Ten eerste moet het BSN vrijelijk zijn gegeven. De verstrekker moet dus niet onder druk worden gezet. Als de persoon wordt benadeeld doordat hij of zij geen toestemming geeft is er al snel sprake van druk. Ten tweede moet de toestemming ondubbelzinnig zijn en voor een specifiek doel. Als laatste moet de verstrekker goed geïnformeerd zijn over onder meer het doel van de verwerking en het feit dat hij of zij het recht heeft om de toestemming weer in te trekken.
Om het op de grondslag van de wettelijke verplichting te baseren, moet er voldaan zijn aan de noodzakelijkheidseis en de verantwoordingsplicht. Met de noodzakelijkheidseis wordt bedoeld dat de verwerking van de betreffende persoonsgegevens noodzakelijk zijn om aan een wettelijke verplichting te voldoen. Het hoeft niet expliciet in de wet te staan dat er voor de uitvoering van een specifieke taak persoonsgegevens moeten worden verwerkt. Vaak wordt de taak namelijk ruimer omschreven.
Conclusie
Gemeenten kunnen daarom wel overeenkomstig de AVG het BSN vragen op een aanvraagformulier voor een vergunning of ontheffing van de DHW. Echter, dan moet er wel voldaan zijn aan de bovengenoemde eisen. Als de AVG-grondslag van de toestemming wordt gekozen dan is een aandachtspunt dat de gemeente een aanvraag niet mag weigeren indien de aanvrager geen BSN invult. De aanvrager wordt dan benadeeld. Indien de gemeente kiest voor de AVG-grondslag van de wettelijke verplichting dan moet de gemeente er zorg voor dragen dat die steeds kan verantwoorden waarom het verwerken van het BSN noodzakelijk is voor het nakomen van een wettelijke verplichting.