Zorgplicht en gezondheid
De gezondheid van bezoekers, deelnemers, vrijwilligers en medewerkers valt onder de bredere zorgplicht die geldt bij evenementen. Deze zorgplicht kent verschillende wettelijke grondslagen.
Voor medewerkers is de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing. Deze wet regelt de rechten en plichten van werkgevers en werknemers op het gebied van veilig en gezond werken. Werkgevers moeten maatregelen nemen om gezondheidsrisico’s zoveel mogelijk te beperken. De Nederlandse Arbeidsinspectie ziet toe op de naleving hiervan.
Daarnaast kent de Wet publieke gezondheid een belangrijke rol toe aan gemeenten. Eén van hun taken is het beschermen en bevorderen van de volksgezondheid. Bij evenementen moeten gemeenten erop toezien dat de gezondheid van de bevolking niet in gevaar komt. De GGD is hierbij de belangrijkste inhoudelijke adviseur, terwijl de GHOR vaak fungeert als loket voor een integrale en snelle advisering.
Ook de burgemeester heeft op grond van artikel 174 van de Gemeentewet een belangrijke verantwoordelijkheid. De burgemeester houdt toezicht op openbare samenkomsten en evenementen en kan, indien nodig, maatregelen of bevelen geven ter bescherming van de veiligheid en gezondheid van bezoekers. Daarmee bestaat er een duidelijke juridische basis om gezondheidsrisico’s, waaronder de gevolgen van extreme hitte en Uv-straling, mee te wegen bij evenementen.
Basisadvies en maatwerkadvies van GHOR
Bij evenementen werkt de GHOR met een basisadvies dat door gemeenten en organisatoren kan worden toegepast. Wanneer specifieke omstandigheden daarom vragen, kan de gemeente een maatwerkadvies laten opstellen.
Zo’n maatwerkadvies bevat een analyse van de mogelijke gezondheidsrisico’s, een beoordeling van de benodigde capaciteit en aanbevelingen voor passende maatregelen. Deze maatregelen kunnen organisatorisch, technisch of communicatief van aard zijn. Denk aan extra schaduwvoorzieningen, drinkwaterpunten, voorlichting over zonbescherming, het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen of aanvullende medische voorzieningen. Uiteindelijk is het aan de gemeente, de organisator en de bezoekers om deze maatregelen effectief vorm te geven.
De rol van de APV en de evenementenvergunning
Gemeenten kunnen via de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en de evenementenvergunning voorschriften opleggen die gericht zijn op het beperken van gezondheidsrisico’s door hitte en zonbelasting. Bij sportevenementen gebeurt dit al steeds vaker vanwege de warmere zomers en de toenemende Uv-straling.
Het aanbieden van zonnebrandcrème is daarbij nog relatief nieuw. Tot op heden wordt vooral uitgegaan van de eigen verantwoordelijkheid van bezoekers en deelnemers, aangevuld met initiatieven van organisatoren en leveranciers van zonnebrandproducten. Tegelijkertijd raakt het onderwerp meerdere beleidsterreinen, zoals volksgezondheid, milieu en veiligheid. Zo kunnen verpakkingen extra afval veroorzaken en kunnen glazen of harde verpakkingen veiligheidsrisico’s opleveren.
De juridische basis voor aanvullende eisen ligt onder meer in artikel 2:25 van de model-APV, waarin de evenementenvergunning is geregeld. Hierin zijn belangen als volksgezondheid, milieu en veiligheid expliciet verankerd. Dat biedt gemeenten mogelijkheden om voorwaarden te stellen wanneer de omstandigheden daarom vragen.
Huidkanker als groeiend gezondheidsprobleem
De aandacht voor zonbescherming neemt toe doordat huidkanker in Nederland inmiddels de meest voorkomende én snelst groeiende vorm van kanker is. Jaarlijks krijgen ongeveer 80.000 Nederlanders de diagnose huidkanker. Gemiddeld wordt iedere zeven minuten iemand met deze ziekte geconfronteerd.
Deze ontwikkeling vraagt ook aandacht binnen de evenementenbranche. Hoewel de wettelijke verantwoordelijkheden verschillen voor bezoekers, deelnemers en medewerkers, is het belangrijk om te onderzoeken welke maatregelen redelijk en effectief zijn om blootstelling aan schadelijke Uv-straling te beperken.
Een voorbeeld hiervan is het Zonvenant van het Huidfonds. Op 3 maart 2026 ondertekenden de drie Brabantse GGD ’en samen met GGD Zuid-Limburg dit convenant. Daarmee spreken zij de ambitie uit om huidkanker actief terug te dringen door bewustwording te vergroten en de boodschap van het Huidfonds – Weren, Kleren, Smeren – breed uit te dragen. Samen met gemeenten en regionale partners willen zij werken aan een omgeving waarin zonbescherming vanzelfsprekend wordt.
Conclusie
Het aanbieden van zonnebrandcrème bij evenementen, of het verplicht stellen daarvan via vergunningvoorschriften, staat nog relatief aan het begin van zijn ontwikkeling. Tegelijkertijd neemt de maatschappelijke en gezondheidskundige noodzaak toe. Door klimaatverandering, warmere zomers en hogere Uv-straling wordt bescherming tegen de zon steeds relevanter.
Gemeenten beschikken over juridische mogelijkheden om via vergunningen eisen te stellen aan maatregelen rondom hitte en zonbescherming. Daarbij speelt het advies van de GHOR een belangrijke rol. Voor medewerkers gelden bovendien de verplichtingen die voortvloeien uit de Arbeidsomstandighedenwet, ook al wordt zonnebrandcrème daarin niet expliciet genoemd.
De aanpak van huidkanker vraagt om een gezamenlijke inspanning van overheden, organisatoren, werkgevers en bezoekers. Voor evenementen ligt de eerste verantwoordelijkheid in de praktijk vaak bij de organisator. Wanneer onvoldoende aandacht wordt besteed aan gezondheidsrisico’s, kan dat gevolgen hebben voor de vergunningverlening. Zonbescherming is daarmee niet langer uitsluitend een kwestie van eigen verantwoordelijkheid, maar steeds meer een onderdeel van goed en verantwoord evenementenbeleid.