Wat speelde er?
In een woning in Venlo trof de politie een volledig operationele hennepkwekerij aan met 524 hennepplanten. Op grond van artikel 13b van de Opiumwet besloot de burgemeester de woning voor drie maanden te sluiten.
De bewoonster erkende dat de burgemeester bevoegd was om de woning te sluiten, maar vond dat hiervan in haar situatie geen gebruik gemaakt had mogen worden.
Hoe kijkt de Raad van State hiernaar?
De Raad van State toetste of de sluiting evenredig was. Daarbij wordt gekeken naar drie vragen:
1. Is de sluiting geschikt om het doel te bereiken?
Hoewel de kwekerij al was ontmanteld, draagt een tijdelijke sluiting nog steeds bij aan het herstellen van de openbare orde en het doorbreken van de bekendheid van een woning als drugspand.
2. Is de sluiting noodzakelijk?
Ook dat vond de Raad van State. Het ging om een kwekerij van aanzienlijke omvang. Daarnaast speelde mee dat de ex-partner van de bewoonster eerder betrokken was geweest bij hennepteelt en dat ook andere familieleden met soortgelijke activiteiten in verband werden gebracht. Daardoor kon het risico op herhaling volgens de Afdeling niet worden uitgesloten.
3. Wegen de gevolgen voor de bewoner zwaarder dan het belang van sluiting?
Nee. De Raad van State oordeelde dat de burgemeester voldoende rekening had gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de bewoonster. Zij had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij geen vervangende woonruimte kon vinden of dat de sluiting onevenredig zwaar voor haar uitpakte.
Tijdsverloop is niet doorslaggevend
Een belangrijk punt in deze uitspraak is het tijdsverloop. Tussen de ontdekking van de hennepkwekerij en de daadwerkelijke sluiting zat enkele maanden.
De bewoonster vond dat hierdoor de noodzaak van sluiting was verdwenen. De Raad van State ging daar niet in mee. Een deel van die tijd was nodig voor de bestuursrechtelijke procedure, waaronder het indienen van een zienswijze.
De enkele omstandigheid dat enige tijd is verstreken betekent dus niet dat een burgemeester zijn bevoegdheid om een woning te sluiten verliest.
Wat betekent dit voor de praktijk?
Deze uitspraak bevestigt opnieuw dat burgemeesters bij de toepassing van artikel 13b Opiumwet veel waarde mogen hechten aan:
- De omvang en bedrijfsmatigheid van een hennepkwekerij;
- Signalen dat sprake is van georganiseerde of terugkerende drugshandel;
- Het voorkomen van herhaling;
- Het herstellen van de openbare orde.
Daar staat tegenover dat de burgemeester altijd een zorgvuldige belangenafweging moet maken. Persoonlijke omstandigheden, zoals de aanwezigheid van minderjarige kinderen of financiële problemen, moeten worden meegewogen. Alleen wanneer die omstandigheden zwaarder wegen dan het belang van sluiting, kan van sluiting worden afgezien.
Conclusie
De Raad van State bevestigt met deze uitspraak dat een tijdelijke woningsluiting ook maanden na de ontdekking van een hennepkwekerij nog gerechtvaardigd kan zijn. Dat een bewoner stelt niets van de kwekerij te weten of dat de kwekerij inmiddels is verwijderd, is op zichzelf onvoldoende om een sluiting tegen te houden. Uiteindelijk blijft de vraag steeds of de maatregel, gelet op alle omstandigheden, geschikt, noodzakelijk en evenwichtig is.