Publicatieplicht
Zoals in ons eerdere artikel beschreven, bepaalt de Wet explosieven voor civiel gebruik (Wecg) niet expliciet dat aanvragen voor, of verleende, overbrengingsvergunningen openbaar moeten worden gepubliceerd.
Vanuit veiligheidsoverwegingen wordt juist geadviseerd om terughoudend te zijn met het openbaar maken van dergelijke informatie. De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en de Koninklijke Nederlandse Schietsport Associatie (KNSA) wijzen daarbij op het veiligheidsrisico dat kan ontstaan wanneer persoonsgegevens van sportschutters openbaar worden gemaakt. In bepaalde gevallen kan dergelijke informatie immers inzicht geven in waar iemand wapens thuis opslaat.
Ook vanuit de ILT is aan ons bevestigd dat aanvragen voor overbrengingsvergunningen niet zonder meer openbaar zouden moeten worden gepubliceerd.
Daarmee is de vraag echter niet volledig beantwoord. Naast de Wecg spelen namelijk ook de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Wet open overheid (Woo) een rol bij de vraag welke informatie openbaar moet of kan worden gemaakt.
Wet open overheid
De Woo heeft als uitgangspunt dat overheidsinformatie openbaar is. Openbaarheid draagt bij aan de controleerbaarheid van de overheid en aan het vertrouwen in het openbaar bestuur. De wet kent onder meer een actieve openbaarmakingsplicht en een verplichting om informatie openbaar te maken wanneer daarom wordt gevraagd.
Dat betekent echter niet dat alle overheidsinformatie zonder meer openbaar moet worden gemaakt. De Woo kent verschillende uitzonderingen. Zo kan openbaarmaking worden beperkt wanneer dit bijvoorbeeld gevolgen heeft voor de veiligheid of wanneer de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen wordt geraakt. Ook andere belangen kunnen onder omstandigheden aanleiding zijn om informatie niet openbaar te maken.
Dit is relevant bij overbrengingsvergunningen. Wanneer openbaarmaking van een aanvraag of vergunning persoonsgegevens bevat of informatie prijsgeeft waaruit bijvoorbeeld kan worden afgeleid waar een sportschutter wapens thuis opslaat, moeten ook de privacy- en veiligheidsbelangen bij de beoordeling worden betrokken.
De Woo leidt daarom niet automatisch tot een verplichting om iedere aanvraag of verleende overbrengingsvergunning openbaar te publiceren. Per situatie moet worden beoordeeld welke informatie openbaar moet of kan worden gemaakt en welke belangen zich tegen openbaarmaking verzetten.
Meer informatie over de uitgangspunten en uitzonderingen van de Woo is te vinden bij de Rijksoverheid.
Handreiking voor gemeenten
Naast de wettelijke bepalingen is er ook praktische informatie beschikbaar voor gemeenten.
De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) heeft voor de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de colleges van burgemeester en wethouders een Handreiking 4: Overbrengingsvergunningen opgesteld. Daarbij is ook een voorbeeld van een overbrengingsvergunning beschikbaar. Deze informatie is medio februari 2026 onder de Nederlandse gemeenten verspreid.
Volgens de VNG biedt deze handreiking gemeentebesturen informatie over de verstrekking van overbrengingsvergunningen. In de handreiking wordt onder meer geadviseerd om de geldigheidsduur van een overbrengingsvergunning gelijk te laten lopen met de geldigheidsduur van een erkenning op grond van de Wecg. Die geldigheidsduur bedraagt vijf jaar.
Ook wordt in de handreiking benadrukt dat de Wecg geen specifieke publicatieplicht voor overbrengingsvergunningen kent.
Conclusie
Voor zover het gaat om de Wecg bestaat er dus geen expliciete verplichting om aanvragen voor of verleende overbrengingsvergunningen openbaar te publiceren.
Dat betekent niet dat iedere vorm van openbaarmaking uitgesloten is. De regels van de Awb en de Woo moeten eveneens bij de beoordeling worden betrokken. Daarbij kunnen onder meer de persoonlijke levenssfeer en veiligheidsbelangen een belangrijke rol spelen.
Het uitgangspunt zou daarom moeten zijn dat per individuele situatie zorgvuldig wordt beoordeeld of informatie openbaar moet worden gemaakt en, zo ja, welke informatie daarvoor in aanmerking komt.
De vraag van de sportschutter is dan ook begrijpelijk en relevant. Het is logisch dat ook bonden en verenigingen hun leden hierover willen informeren, zeker wanneer openbaarmaking mogelijk gevolgen kan hebben voor hun privacy en veiligheid.